© 2017 Ruben Korfmaker
Synopsis
RubenKorfmaker
Cantor in het kort In het Toulouse van de jaren '50 van de vorige eeuw, trekt Aurélien Ricard de wrange conclusie dat zijn droom nooit in vervulling zal gaan. Hij beschikt eenvoudigweg niet over de capaciteiten om een virtuoos violist te worden en om het mooiste muziekstuk dat ooit aan het menselijk brein is ontsproten, de Chaconne van Johann Sebastian Bach, uit te voeren. Zijn handen kunnen echter alles maken wat hij bedenkt en hij besluit om die vaardigheid in dienst te stellen van de muziek: hij wordt vioolbouwer. Op die manier kan hij toch bezig blijven met Bach, de Chaconne en alle mooie muziek die deze grote componist nog meer heeft gemaakt. Na verloop van tijd worden Ricards instrumenten herkend als een klasse apart, en zijn atelier verwerft daarom in brede muzikale kring roem en bekendheid. Tegelijkertijd beseft Aurélien Ricard dat hij met de bouw van violen, maar zonder violist, de Chaconne nog steeds niet kan beluisteren. Hij bedenkt een ambitieus plan en gaat op zoek naar De Violist. Daarbij neemt hij geen genoegen met het normale talent. De eisen die hij stelt aan de twee kandidaten van wie hij het de moeite vindt om ze uit te nodigen voor een auditie, zijn extreem. Intussen bouwt hij achter de façade die hij van zijn atelier heeft gemaakt, door aan de beste, de meest authentieke en bijzondere viool die ooit zal bestaan. De Cantor. Met die viool, samengebracht met de allerbeste violist, schept hij voor zichzelf de mogelijkheid om de muziek van J.S. Bach te beluisteren zoals niemand anders dat ooit zal kunnen. Tijdens het proces van de ontwikkeling van de Cantor, ontkomt hij niet aan een intensieve studie van het leven en de muziek van Bach. Decennia besteedt hij aan de man wiens muziek hij als de hemel beschouwt, en daarbij doet hij een onverwachte ontdekking. Van de grote hoeveelheden aan partituren met de notatie van Bachs muziek, lijken partijen te ontbreken. Na jaren studie dringt het uiteindelijk tot hem door dat veel van de muziek van Bach in de diverse hedendaagse uitvoeringen niet op de juiste manier wordt gespeeld. Een paar honderd kilometer noordwaarts, op de ruige en onherbergzame hoogvlaktes van het Massif Central, maakt de oude Arthur Morgon kennis met Fons Kappa, een werkloze man die is gestuurd door zijn moeder om de oude herder een kistje met onbekende inhoud te overhandigen. De weerbarstige oude man heeft aanvankelijk moeite met de bezoeker op zijn erf, maar als hij het de tijd geeft, raken beide mannen steeds meer op elkaar gesteld. In de uren waarin ze niet bezig zijn met het hoeden van de schapen of het bakken van brood, filosoferen ze onder de grote eik over nietigheid, over sterrenstelsels en over de wijze vragen die tijdens het leven moeten worden gesteld. Ze vertellen elkaar het verhaal van hun leven en in het verhaal van Morgon speelt de jonge Milo, zijn zoon, een grote rol. Milo is na een heftige ruzie met de oude Morgon weggelopen. De oude herder heeft hem twintig jaar niet gezien en hij weet niet of zijn zoon dood is of niet. Uit alles wat de oude Morgon vertelt, blijkt het verdriet om het verlies van zijn zoon. Milo was een begenadigd violist toen hij verdween en hij was gespecialiseerd in de werken van Bach. Als bijzonderheid vertelt Morgon dat Milo details over het leven van de componist kende die alleen naasten en intimi konden weten. Morgon vermoedt dat de verdwijning van zijn zoon te maken had met de contacten die hij onderhield met een vioolbouwer in Toulouse.